STADION DE LANGELEEGTE

Stadion De Langeleegte is een begrip in Nederland. De voetballer vond de reis naar De Langeleegte het ergste wat hem kon overkomen.Als er een club degradeerde, was het eerste wat men riep: ,,nu moeten we naar Veendam naar De Langeleegte''. Een lange reis; veel wind, regen en vaak ook een nederlaag.De Langeleegte werd een synoniem voor het bedroevendste wat betaald-voetbal te bieden had. Maar ook toen al was De Langeleegte een betoverend woord. Een naam met een magische klank, een plek waar legendes ontstonden en legendes hun kunsten vertoonden.

De Zwarte Panter Frans de Munck die zijn kooi als een panter verdedigde, schier onpasseerbaar en oud international van Nederlandselftal. Mysterieuze huursoldaten doken uit het niets op om de kleuren van Veendam te dragen; Branko Aras, Paul Amara. Even plots als ze gekomen waren verdwenen ze ook weer. Beenhakker begon er zijn impossante trainerscariere. Niemand had nog verwarmde tribunes, De Langeleegte begon ermee, dat ging goed tot er een kink in de kabel kwam en de ketel op drift raakte. De gitzwarte wolken ontnamen het publiek elk zicht op het veld. Donkere wolken hingen en hangen wel eens vaker boven de Langeleegte. Meer dan eens leek Veendam op sterven na dood. Telkens weer richtte de club zich op, een enkele keer herrees ze als de legendarische vogel foenix weer uit haar as.

Legenden bezochten De Langeleegte. Zoals Johan Cruyff, levende legende in Nederland, en Spanje Fandi Ahmed, levende legende in Singapore. Maar nooit maakte een legende zoveel indruk als de Langeleegte zelf.

In 1998 werd het stadion verbouwd naar de nieuwe eisen en wensen van de KNVB, en voldoet het aan alle gemakken die een Betaald-Voetbalclub nodig heeft. En nog altijd ligt er aan de Langeleegte één van de beste voetbalmatten van Nederland.

De Langeleegte is geen stadion van 13 in een dozijn, maar een stadion met een eigen indentiteit. De Langeleegte is  een stadion met een historie, lange tijd was er sprake dat Veendam zou verhuizien vanuit De Langeleegte naar Zuidbroek, dit was voor de fans van Veendam onbespreekbaar, plannen om een nieuw stadion elders binnen de gemeentegrenzen te bouwen, zijn vergevorderd, alhoewel de locatie Langeleegte nog steeds in beeld is, lijkt het einde van de tijdperk Langeleegte te zijn aangebroken.


Per 1 juli 2008 heeft het bestuur besloten om de legendarische naam Stadion De Langeleegte te verkopen. Met pijn in ons hart moeten we nu constateren dat De Langeleegte nu Het GjaltemaStadion heet (aan de Langeleegte) is er fatsoenshalve nog wel even bij aangevuld. In de volksmond blijft het uiteraard De Langeleegte.

 

Echter gelukkig bleek het nieuwe stadion een luchtkasteel te zijn en besloot het nieuwe bestuur onder leiding van Henk Eising dat verhuizen van de Langeleegte not done was. De Langeleegte moet juist de cultheld van Veendam worden.

 

En als ik Mart Smeets weer eens met ver boven zijn haargrens opgetrokken wenkbrauwen de naam van mijn enige thuis in Veendam in de mond hoor nemen ("Helemaal naar de Langeleegte", alsof het om de poorten van de hel gaat, wat ook zo is, voor tegenstanders) Veer ik op vol trots in plaats van ergernis.'


Niets vormt een voetballer zo als spelen aan de Langeleegte,' is een zin die Tepper graag in de mond neemt en die ‘legendarische opvoeding' begon met een jaar onder jeugdtrainer Leo Beenhakker. ‘toen al kon dit wereldwonder midden in de zomer, terwijl het twintig graden was, zonder sigaret, zijn asem zichtbaar maken alsof het winter was. Daar ik midden in het seizoen bij Veendam was komen voetballen was ik ingedeeld bij drie jaar oudere knapen, hetgeen mij enkele haren op de tanden bezorgde.

Een seizoen verder werd ik onder leeftijdsgenoten geplaatst en verlost van Beenhakkers (zoals Michels hem noemde) en kreeg ik een fatsoenlijke opvoeding door een man met eeuwig schuim in de mondhoeken.' Als laatste man was Tepper bij vlagen onaantastbaar en als hij terugdenkt aan de wedstrijden die hij op deze plek speelde, is de weemoed niet ver weg. ‘Het overzicht dat die positie me bracht, het
overzicht op een verrukkelijke, complexe materie, is me in de rest van mijn leven nooit meer vergund geweest.'

Tepper had toekomst, maar op een gegeven moment ging het mis. een van de oorzaken was een positiewisseling. Van laatste man werd hij voorstopper en de veenkoloniale ausputzerhumor bij 3-0 achter door drie doelpunten van de spits van de tegenpartij (‘ik denk dat dat jouw mannetje is Tepper') was te veel voor een zintuiglijk overgevoelige puber.

 

Hij werd een elftal teruggezet, kreeg wel zijn positie van laatste man terug, maar het was te laat. Niet veel later stopte Tepper ermee. Zijn droom ooit voor het Nederlands elftal uit te komen, was definitief voorbij. ‘Ik heb mijn voetbalverleden zelf de nek omgedraaid. En dat is het kruis dat ik moet dragen. Ik zou het simpel kunnen samenvatten: Ik voetbalde van mijn tiende tot mijn vijftiende bij Veendam, kreeg toen de meisjes in de kop en gaf er de brui aan. Maar alles is veel en veel erger, duisterder, ingewikkelder; stof voor op zijn minst een trilogie.'